Bovenkant van de pagina
Ga direct naar de navigatie
Ga direct naar de content

Verhaal: Meyer Sluyser door Frits Slicht 8

Wandelen door de Jodenbreestraat.

Al wandelend langs enkele winkels uit de Jodenbreestraat.

1930 - 1941
/

Korte literaire fragmenten van de hand van Meyer Sluyser.

  • Markt in de Jodenbreestraat. - 

    Het is onduidelijk wanneer deze foto is gemaakt. De foto is afkomstig van de website met de lugubere naam: http://www.deathcamps.org/

  • Jodenbreestraat nummer 63 en lager. - 

    Deze foto is uit het jaar 1909. Volgens M.H.Gans is er hier sprake van de markt voor Pesach. Duidelijk is dat de Jodenbreestraat meer is dan een winkelstraat.
    De markt was tegenover de Mozes en Aäronkerk, er werd vooral serviesgoed verkocht.
    Bron: De Amsterdamse Jodenhoek in foto's. M.H.Gans, uitg. Ten Have BV, Baarn 1974.
    De herkomst van de foto is onbekend.

  • Advertentie. - 

    Deze advertentie voor de Firma van de gebroeders Polak is afkomstig uit: Het Joodsche Weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam, datum: 11 april 1942.

1) Braategas!

Als we (moeder, vader en ik) door de Damstraat, de Hoogstraat en een stukje Sint Anthoniebreestraat lopen, belanden we ‘over de sluis’ op de Braategas (jiddisch voor Jodenbreestraat). Eigenlijk zijn we dan al thuis. De Joden Breestraat is bekend terrein. Je kunt er alles kopen. Je kunt bij wijze van spreken, spiernaakt en met geeuwhonger op de Sluis staan, en als je bij de Muiderstraatbent, ben je helemaal verzadigd en aangekleed, heb je een huis met meubelen en bedden erin… alles in die ene straat gekocht: schoenen bij Melhado (nr 56), kosjere kippen bij Hamerslag ( nr 62), bedden bij Polak (nr 47).

2) Nabarro!

Vaders woordenstroom is nu een zondvloed. Veertig dagen en veertig nachten achtereen stroomt het water uit de hemel. Bij Nabarro (nr 38) wijst hij op de uitstalkast de lekkernijen aan, die ze voor een schimmetje geld te koop aanbieden. Rijke stukken voor een kwartje. Nogablokken voor vijf centen, suikeren kussenballetjes en in het wit en in het bruin, kaneel hompen en grote staven amandelpers.
Zegt moeder: ‘Kunsjt om de kinderen het water uit de mond te laten lopen.’

Vervolgens maakt vader een minutieuze vergelijking tussen de prijzen van kruidenier Heinz (nr 34-36) en die in de winkel van Van Amerongen (nr 40), die hij steevast ‘De Boterton’ noemt, ofschoon die naam beslist niet op de winkelruiten staat.

3) Over ansichten en lingerie!

Over het café van Bokstel zegt hij weinig, maar over de zaak van Abas (nr 42) des te meer. Er is een zoon die dokter moet worden of het al is. Dokter Abas, en een neef, die in Frankrijk woont. Van dat land komt vader, niet eens zo ongemerkt, terecht bij de drukkerij van Nico Harms (nr 46), waar ze Franse ansichtkaarten voor het raam hebben hangen of Duitse, dat is nooit precies uitgemaakt, maar er komt wel veel lingerie op voor; trouwens voor lingerie kun je naast-an bij De Beer (48-50) terecht, maar alles en gros natuurlijk.

Uit: Er groeit gras in de Weesperstraat - Meyer Sluyser - NV Het Parool – Amsterdam 1962, blz 109-110.

4) Vele winkels!

Op de hoek van de Lazarussteeg (70hs) is de zoveelste royale kruidenierswinkel van de Breestraat, de winkel van Krant. In de Breestraat zijn wel trottoirs, maar iedereen loopt midden op straat. Dat is gezelliger. Trouwens van vrijdagavond tot zaterdagavond is de toegang voor rijdend verkeer verboden. Hoewel alle winkels gesloten zijn, winkelen de mensen toch, zij het alleen maar in gedachten. De sigarenwinkel van Van Hijgmans (nr 83hs), de beddenzaak van Lewin (nr 75hs), de krijnzaak van Mouwes (73hs), de boekhandel van Joachimsthal (63hs), waar de mensen uit de hele buurt een dubbeltje inde week sparen voor nieuwe boeken… waar in de stad zijn de mensen zo erfelijk belast met een leeshonger als hier? Bij Snapper (61hs) is de etalage leeg, maar door de week liggen hier de kleffe vette kadetjes naast de puddingbroodjes en het mysterieuze gebak, dat kaulisj heet, en bij De Vries (nr 59) ernaast kun je hoeden kopen. Zegt vader: ‘Wees op je hoeden. Wees een jehoede’.
De winkel van Prins (nr 40?) is dicht; voor de vensters hangen de papieren, waarop staat dat hier een prima gebakken biefstuk met gebakken aardappelen maar drie kwartjes kost. Joosten (nr 35) en Velleman (nr 33) beconcurreren elkaar op leven en dood, ofschoon er voor nog honderd slagers ruimschoots klanten zouden overblijven. Dan komt Swaab (Zwaaf? Op nr 31), weer een kruidenier, en op de hoek voor de sigarenwinkel van Mast zit door de week tante Gollie met haar kar.

Uit: Er groeit gras in de Weesperstraat - Meyer Sluyser - NV Het Parool – Amsterdam 1962, blz 110-111.

N.B. de huisnummers zijn door F.Slicht in de tekst ingevoegd.

Reacties