Bovenkant van de pagina
Ga direct naar de navigatie
Ga direct naar de content

Tentoonstellingsteksten:: Theo Thijssen Museum 8

Schoenmakerij Thijssen

“Duidelijk herinner ik me de stoep voor onze woning: een plaat blauwe steen, waar je van de straat opklom over een houten trap van drie treden. Van de woning weet ik niet anders dan dat er een voorhuis was, een winkelachtige ruimte, ingericht als schoenmakerswerkplaats, en daar achter een kamer. Er was ook ergens een keuken, waaruit je met een steile trap naar een klein binnenplaatsje afdaalde, maar helder is me de hele situatie niet meer... Van die trap is eens een neefje op het plaatsje gevallen, zijn tanden door zijn lip, en mij ter eeuwige waarschuwing.” Theo Thijssen, In de ochtend van het leven

"In het voorhuis stond een toonbank, met een geldla erin, net als in een winkel; de mensen die reparatie kwamen brengen of halen, moesten altijd voor die toonbank blijven. Achter de toonbank stond de schoenmakerstafel, met een opstaande rand, dat de boel er niet af kon vallen; onder de toonbank stond een kist waar de leersnippers in werden gegooid. In een hoek bij 't raam stond een grote stenen pot met water; daar dreven de pekballen. Er werd er telkens maar één tegelijk uitgehaald en die lag dan op de tafel klaar. Om pikdraad te maken, werd daar dan de draad doorgehaald. Om de tafel stonden drie krukjes; één voor mijn vader, een voor de grote knecht, die Willem heette en al getrouwd was, en een voor de jongen; dat was altijd een weesjongen van het Roomse weeshuis aan de Lauriergracht."

Verandering in de winkel

Veel winkels ontstonden als werkplaats waar iets werd gemaakt of bewerkt: bakkerijen, slagerijen, schoenmakerijen enzovoorts. Dat er iets te koop was bleek hooguit uit een uithangbord of gevelsteen. Dat veranderde eind 19de eeuw, toen producten steeds meer fabrieksmatig elders werden gemaakt en (al dan niet voorverpakt) naar de winkels gingen. Ook de welvaartsgroei bevorderde de toename en groei van vaste winkels. Dat leverde natuurlijk weer extra concurrentie op en dus de noodzaak op te vallen. De winkelarchitectuur veranderde en etaleren werd een vak.

Ook schoenwinkel Thijssen veranderde – op drie opeenvolgende adressen – van vooral een werkplaats, naar een echte winkel, die reparatiewerk uitbesteedde (aan vader Thijssen). Waarschijnlijk kocht Sam Thijssen, al dan niet via grossiers, steeds meer in van de grote schoenfabrieken in Brabant. Keerzijde van de massaproductie was dat de specifieke vakbekwaamheid van de winkelier steeds onbelangrijker werd.

Schoenmakerstafel achter toonbank
“In het voorhuis stond een toonbank, met een geldla erin, net als in een winkel; de mensen die reparatie kwamen brengen of halen, moesten altijd voor die toonbank blijven. Achter de toonbank stond de schoenmakerstafel, met een opstaande rand, dat de boel er niet af kon vallen; onder de toonbank stond een kist waar de leersnippers in werden gegooid. In een hoek bij 't raam stond een grote stenen pot met water; daar dreven de pekballen. Er werd er telkens maar één tegelijk uitgehaald en die lag dan op de tafel klaar. Om pikdraad te maken, werd daar dan de draad doorgehaald.”

Theo Thijssen, In de ochtend van het leven, over zijn geboortehuis Eerste Leliedwarsstraat 16, de eerste schoenenzaak van zijn vader Sam Thijssen, 1878-1884

Reacties