Bovenkant van de pagina
Ga direct naar de navigatie
Ga direct naar de content

Authors
Marella Karpe
Verteller
Jan van Beek

Een heerlijke jeugd als kind van de melkboer

Wij hadden als kind veel vrijheid, als we maar zorgden dat we in de buurt waren als we vader moesten helpen met de wijk.

wanneer speelde het zich af?
Locatie
Melkhandel Nieuw Leven Prinsengracht 392

De vader van Jan van Beek begon als banketbakker in loondienst. In 1946 zag hij de melkwinkel aan de Prinsengracht te koop staan en kwam het idee bij hem op om melkboer te worden. De vorige eigenaar had door zijn NSB verleden al zijn klanten verloren." Als symbool van de nieuwe start noemde mijn vader de winkel 'Nieuw Leven' , dat wilde hij de winkel inblazen. Zo'n verzonnen naam was toen bijzonder."

  • Melkboer met bakfiets vol met ...

    Melkboer met bakfiets vol met melkflessen, Amsterdam, 24 september 1953
    Foto Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam
Met:

"Als klein kind ging ik al de melkwijk in, 's middags haalden we met de autoped lege melk kratten op en brachten 2 volle kratten weg. Wij waren met 4 jongens en 5 meisjes, de jongens hielpen met plezier om de beurt in de wijk. Wij waren heel behendig met de autoped. Mijn oudste broer die toen een jaar of 12 was liet een hele stapel kratten met lege flessen vanaf het dak van de auto op zijn autoped belanden en liep er dan naast, de kratten staken een heel eind boven zijn hoofd uit.
De agent op de hoek van de Leidsegracht dacht dat hij een spookverschijning zag, het leek net op de autoped vol melk kratten op eigen kracht voort bewoog.

Toen mijn vader begon met de winkel is hij de wijk ingegaan met de vraag of hij mocht bezorgen, de wijk was het belangrijkste in het begin. Het was ook wat mijn vader het liefste deed , dat vond hij leuker dan in de winkel op klanten wachten. De kenissenkring van mijn ouders bestond beslist niet uit winkeliers, ze hadden allebei een grote familie. Ik herinner me ook niet dat de winkel vaak gespreksonderwerp was, wel werd er soms gesproken over bepaalde klanten.
Wij zagen vader meer dan menig ander kind zijn vader zag, zo aten we altijd tussen de middag gezamenlijk de broodmaaltijd.

Hoewel vader dienstverlening belangrijk vond - dat heeft ons allemaal beïnvloed, we staan allemaal gauw klaar voor een ander - was hij beslist niet onderdanig. Vroeger at iedereen warm om 6 uur, wij ook, maar er waren altijd mensen die om kwart over zes aanbelden, mijn vader vroeg ze dan over een half uur terug te komen. Sommigen werden dan kwaad, daar trok mijn vader zich niets van aan. Wij hoefden als kind niet de winkel aan te prijzen bij anderen en op school speelde het geen enkele rol dat onze ouders een winkel hadden. Wel was het zo dat als een van de kinderen van Beek betrokken was bij kattenkwaad, onze ouders dat heel snel hoorden van de klanten.

Toen ik klaar was met de ULO - ik was toen 16 jaar - had ik geen zin om verder te leren en ben ik bij mijn vader gaan werken. Dat heb ik 13 jaar gedaan en toen kondigde mijn vader aan dat hij over een jaar wilde stoppen en of ik de zaak wilde overnemen. Hij voegde er aan toe dat ik er goed over na moest denken, het was mijn leven en het hoefde helemaal niet. Ook op de andere kinderen is geen enkele druk uitgeoefend, we mochten studeren wat we wilden, niemand hoefde van school af om te helpen . Een aantal van mijn broers en zussen hebben aan topsport gedaan zodat moeder een aantal aparte maaltijden moest koken, dat heeft ze zonder enig klagen gedaan. Vader bezocht vaak de sportwedstrijden van de kinderen. Nadat ik de winkel heb overgenomen zijn mijn ouders verhuisd en ben ik boven de winkel gaan wonen. Het viel me wel rauw op mijn dak in het begin om alles alleen te doen. "